Dat vertelt Marianne Hoet, experte na-oorlogse en hedendaagse kunst van het veilinghuis Christie’s in Z-Talk Goossens. Vorige week werden op een veiling van Christie’s in New York maar liefst 16 records verbroken. Zo ging een werk van de Pop-art-kunstenaar Roy Lichtenstein onder de hamer voor 43 miljoen euro. De economische conjunctuurverslechtering is dus zeker nog niet te voelen op de kunstmarkt.
“Maar die hoge prijzen mag je niet veralgemenen. Voor veel kunstenaars is het veel moeilijker geworden, “ zegt Marianne Hoet, de dochter van de bekende kunstpaus. “Er komen veel nieuwe kopers naar de kunstmarkt, uit Qatar bijvoorbeeld, en dat heeft een enorme invloed.” Die willen namelijk gevestigde, en vooral bekende namen. De hedendaagse kunstenaar van vandaag heeft het niet zo gemakkelijk om hoge prijzen te halen.
“Vorige week bijvoorbeeld veilden we uit de collectie van Peter Norton (oprichter van het gelijknamige antivirussoftwarebedrijf) ook een werk van de Belgische kunstenaar Wim Delvoye. Het was een prototype van zijn Gothic-reeks. Het ging slechts weg voor 50.000 dollar. “
Er werden ook enkele tientallen werken van het Belgisch verzamelaarskoppel Annick en Anton Herbert geveild. Dat bracht 7,7 miljoen euro op. “Het feit dat de verkoper bekend is, is een extra troef om hogere prijzen te halen op de veiling”, vertelt Marianne Hoet. Als het om een belangrijke verzamelaar gaat kan dat een derde meer opbrengen, dan wanneer diezelfde werken door een anonieme verzamelaar worden aangeboden. In Europa is dat vaak het geval, omdat de collectioneurs liever discreet blijven, bijvoorbeeld voor de fiscus.

